Vuur en stoken
Op veel terreinen kan – onder voorwaarden – een vuurtje worden gestookt. De belangrijkste voorwaarden zijn:
- De gemeente waar het terrein onder valt dan wel de eigenaar (bij gepachte terreinen) moet het toestaan
- Het risico voor natuurbranden moet laag zijn (‘natuurbrandrisico fase 1’). Dit wordt bepaald door de brandweer.
- Bezorg medekampeerders geen overlast.
- Zorg dat de grasmat intact blijft.
- Zorg ervoor dat je altijd een blusmiddel bij de hand hebt (waterzak, emmer water).
- Deponeer as in de kampvuurkuil, tenzij anders vermeld op het terrein.
- Voor tentkachels geldt altijd: uitsluitend eigen hout gebruiken.
- Plaats kaarsen en waxinelichtjes op een onbrandbare ondergrond.